voor docenten

Wat is de virtuele regisseur?

Deze pagina is bedoeld om leerlingen in het voortgezet onderwijs te helpen in de drama- of theaterlessen de drempel naar het podium te nemen en hun enthousiasme tot spelen te vergroten. De site is een hulpmiddel voor de docent om leerlingen op een veilige manier kennis te laten maken met acteren en repeteren op een voor hen bekend terrein. Het is voor leerlingen vaak een behoorlijke stap om een gerepeteerde scène voor het eerst aan een publiek te laten zien. Met de virtuele regisseur krijgen ze de kans om op hun eigen tempo een scène voor te bereiden en te repeteren waarna de eerste confrontatie met het publiek, via een opname van die scène waar ze zelf tevreden over zijn, plaats kan vinden. Uiteraard kan de site ook worden gebruikt voor leerlingen met meer acteerervaring door de stappen die volgen op het spelen van de scènes op de site aan die specifieke leerlingen aan te passen. De site is dus op verschillende manieren in te zetten en het vervolgtraject in de klas kan geheel naar eigen wens door de docent vorm worden gegeven.

Hoe werkt het?

Er staan drie tutorial-filmpjes en een kort tekstje op de site die uitleggen hoe de site werkt en wat er van de leerlingen wordt verwacht. Het eerste filmpje is een uitleg over de virtuele regisseur, het tweede filmpje geeft een aantal mogelijkheden voor het vervolgtraject en in het laatste filmpje wordt, als extra achtergrondinformatie, uitgelegd wat een regisseur nou eigenlijk doet. Het hoofdbestanddeel van de site zijn zes korte scènes die met behulp van de virtuele regisseur en een autocue kunnen worden gerepeteerd en uitgevoerd. Ook zijn er losse autocues die gebruikt kunnen worden om de scène verder te repeteren en perfectioneren. Daarnaast is er onder de header ‘scripts’ de mogelijkheid om de teksten uit te printen (copy-paste in een worddocument) om los van het internet te gebruiken in de klas. De scènes zijn los te spelen maar vormen ook het raamwerk voor een toneelstuk of film over alle personages uit de 6 scènes. Je kan onderlinge relaties tussen de personages verder uitwerken of het vervolg op scènes van de site bedenken om nieuwe scènes mee te maken. Zo maak je in combinatie met de teksten van de site een geheel eigen stuk of film.

Wat heb je nodig?

Idealiter heb je 6 computers of laptops met een internetverbinding, een webcam of losse camera nodig. Natuurlijk heb je genoeg ruimtes nodig om de leerlingen individueel in te laten werken aan hun scène. Je kan meerdere leerlingen laten werken aan een zelfde scène (filmen en zelf regisseren bijvoorbeeld) waardoor je niet nog meer hardware nodig hebt. Uiteraard kan je ook meerdere groepjes in één ruimte laten werken. Wel bestaat er dan de kans dat de leerlingen worden afgeleid omdat ze nieuwsgierig zijn naar de scènes van hun klasgenoten, of juist door de  aanwezigheid van anderen terughoudender worden en minder ongedwongen kunnen spelen. Als je niet genoeg camera’s of webcams hebt bieden mobieltjes natuurlijk een uitkomst. Ook kan je ze de opdracht geven om zelf in groepjes een scène thuis of buiten de les op school voor te bereiden. Daar kunnen ze dan een opname van meenemen naar de les als start van het vervolgtraject.

Vervolgtraject

De site is een hulpmiddel voor- en geen vervanging van de docent. Het vervolgtraject is minstens net zo belangrijk als het bronmateriaal en dient dus zorgvuldig te worden vormgegeven. Ten eerste is er voor gekozen om op de site niet te veel theorie en achtergrondinformatie aan te bieden om docenten de mogelijkheid te bieden om zelf te bepalen welke richting ze op willen en daar de bijbehorende theorie van aan te bieden in hun lessen. Zo kan je als docent zelf bepalen waar je je binnen het project hoofdzakelijk op wilt richten. Je kan de nadruk natuurlijk leggen op acteren en regisseren. Hoe kan je de simpele regieaanwijzingen van de site verder uitwerken en aanpassen aan de spelers? Hoe werkt een repetitieproces en welke stappen doorloop je daarbinnen? Misschien kan je een hedendaagse acteur vragen naar zijn of haar ervaringen of zelfs een repetitie bijwonen. Vul het zelf maar in. Er is daarnaast ook ruimte voor een vervolgtraject op het gebied van filmen en monteren. Hoe wordt een film gemaakt en wat is daar voor nodig? Ga daar zelf mee experimenteren. Maak samen met de klas, met het aangeboden materiaal als basis, een toneelstuk of een korte film die je vormgeeft zoals jij dat wilt. Wat voor achtergrond of decorstukken ga je gebruiken en hoe ga je de personages aankleden? Bespreek met je klas de personages, hun onderlinge connecties en wat de mogelijke scenario’s zouden kunnen zijn voor een vervolg op de aangeboden scènes. Ga dan door middel van improvisatie nieuwe scènes creëren die je toevoegt aan het raamwerk om zo tot een geheel uniek en eigen product te komen; jullie script. Je kan van dat script dan een toneelstuk of een film maken. Of je maakt een stuk én een film om zo de verschillen tussen film-acteren en podium-acteren te behandelen en te benadrukken. Als je meer leerlingen hebt dan handig is voor deze zes scènes kan je twee groepen hun eigen versie van het stuk laten maken die ze aan het einde van het traject aan elkaar kunnen laten zien. Misschien kan je daar zelfs een extra motivatie aan toevoegen in de vorm van een trofee, prijs, Oscar, Emmy, Grammy, Tony, lauwerkrans, etc. aangeboden door een externe jury van collega’s, leerlingen uit andere klassen, ouders, etc. Er zijn uiteraard ook op dat gebied vele mogelijkheden denkbaar. Genoeg opties in ieder geval voor een positieve acteerervaring met de klas die door de leerlingen als bagage kan worden meegenomen in toekomstige projecten en lessen.

Achtergrond 

Mijn naam is Olaf van de Ven en ik ben acteur, cabaretier en dramadocent op meerdere scholen. In 2012 ben ik afgestudeerd als Bachelor of Theatre and Education aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). Voor mijn afstuderen was ik op zoek naar een onderwerp en afstudeerproduct wat goed inzetbaar is in het dramaonderwijs en motiverend werkt voor leerling én docent. Toevallig bezocht ik in februari 2012 in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de tentoonstelling ‘Backstage’ van het Theaterinstituut Nederland (TIN) zie: http://www.backstageontour.nl/. Een interactieve, op scholieren gerichte, tentoonstelling waarin bezoekers zelf aan de slag gaan met de verschillende stadia die worden doorlopen bij het maken van een theatervoorstelling. Hierbij hoorde het onderdeel ‘repetitie’ met de virtuele regisseur. Toen ik getuige was van het effect wat dit onderdeel had op de groep leerlingen die naar de tentoonstelling kwam was het voor mij duidelijk; hier moest ik iets mee. Toen ik de klas het theater zag binnenkomen was ik sceptisch. Jongeren die vooral geïnteresseerd waren in elkaar en vooral niét in theater. Ik had er op z’n zachts gezegd een hard hoofd in. Hoe fout kon ik het hebben. Zelden heb ik leerlingen zo enthousiast zien reageren op theater en zelf theater maken als deze groep. Ik dacht meteen; dat effect wil ik ook bij mijn leerlingen! Hoewel met mijn klas langsgaan bij de tentoonstelling een optie was vond ik dat die positieve ervaring niet buiten het klaslokaal moest liggen maar juist erin, om zo het positieve effect optimaal te kunnen benutten in mijn verder lessen. Mijn afstudeerproject was geboren. Het moest een site worden die de virtuele regisseur met dat motiverende effect naar het klaslokaal toe zou brengen. In mijn onderzoek heb ik geprobeerd uit te zoeken wat er nou precies ten grondslag ligt aan dit enthousiasmerende effect van de virtuele regisseur. Waar ligt het aan dat het dat effect heeft op leerlingen? Wie zijn precies die leerlingen en hoe kan ik de virtuele regisseur daarop aanpassen? Wat moet er verbeteren aan het oorspronkelijke idee van het TIN om dit effect optimaal te benutten en bovenal, hoe haal ik dat vervolgens naar het klaslokaal toe? Ik heb de doelgroep bestudeerd en de werkzame bestanddelen van het project, zoals co-eigenaarschap en de fun-factor, die nauw samenhangen met het ‘serious gaming’ wat overal in het onderwijs zijn intrede doet. Ik heb gekeken naar het effect van feedback, omdat een regisseur daar per definitie mee werkt, naar wat nou precies de term ‘motivatie’ inhoudt en hoe dat samenhangt met dit project. Wegens de bezuinigingen op de kunstsector van dit moment zal het TIN helaas 2013 niet meer halen. Ik ben vastberaden om met de hulp van de (oud)medewerkers van het TIN dit geweldige idee niet met die bezuinigingen ten onder te laten gaan. De virtuele regisseur moet een blijvertje zijn waar theaterdocenten in heel Nederland nog jarenlang profijt van kunnen hebben en die leerlingen nog tot in lengte van dagen zal blijven warm maken voor het mooiste vak ter wereld: acteur.

Een kopie van mijn volledige onderzoek vind je hier.

 

Voor wie wil weten wie ik ben en waarom ik heb gekozen voor het geweldige vak van theaterdocent:

Leave A Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comment via email

http://virtueleregisseur.nl/wp-content/themes/selecta